Het Torentje
Het Torentje is een onderdeel van het Binnenhof. In het Torentje bevindt zich sinds 1982 de werkkamer van de minister-president van Nederland. Het wordt daarom vaak naar de huidige premier genoemd: Torentje van Rutte, Torentje van Balkenende enz. Ook de uitdrukking Torentjesoverleg komt er vandaan.
Ten westen van het Torentje is de Maurits- of Grenadierspoort, die toegang geeft tot het Binnenhof. Recht tegenover het Torentje bevinden zich kantoorruimtes van de Tweede Kamer. Net buiten het Binnenhof kijkt het torentje naar het Mauritshuis. Het achthoekige gebouw aan de Haagse Hofvijver wordt voor het eerst genoemd in een kroniek uit 1354 en dateert vermoedelijk uit de eerste helft van de veertiende eeuw. Aan de rand van het Binnenhof lag het Torentje oorspronkelijk als zomerprieel van de graven van Holland. Het was door middel van een ophaalbruggetje verbonden met de grafelijke tuin.
Bron
Nieuwe Veenmolen
De Nieuwe Veenmolen of Boschmolen is een poldermolen van het type grondzeiler in Bezuidenhout. De molen uit 1654 ligt naast de spoorlijn Den Haag – Amsterdam en bemaalde oorspronkelijk de Veen- en Binckhorstpolder samen met de molen De Vlieger in Voorburg. De molen die oorspronkelijk als binnenkruier is gebouwd, is uitgerust met een ijzeren scheprad. De omgeving van de Nieuwe Veenmolen is door hoge bebouwing in de loop der jaren achteruitgegaan.
Bron
Anton Philipszaal – Spuiplein
Dr. Anton Philipszaal is een concertzaal en theater aan het Spui in Den Haag. De zaal telt 1800 zitplaatsen. Het Lucent Danstheater en de Dr. Anton Philipszaal werden in 1987 geopend. Het gebouw is ontworpen door de architecten Dick van Mourik en Peter Vermeulen. Vaste bespeler en opdrachtgever voor de bouw van de concertzaal is het Residentie Orkest.
Nirwana flat
Het gebouw wordt aangemerkt als de eerste flat in Nederland, en staat in de Top 100 van rijksmonumenten. De flat werd door Jan Duiker en Jan Gerko Wiebenga in de periode 1926 tot 1929 ontworpen en gebouwd. Dit gebeurde volgens de stijl van de nieuwe Zakelijkheid. Hierbij speelde de functionaliteit, leefbaarheid en rationaliteit de hoofdrol.
Niet alleen de vorm van het gebouw was nieuw, ook de gebruikte materialen. Het was destijds het hoogste gebouw in Nederland van gewapend beton. Er was een centraal trappenhuis met een lift, ook was er een begane grond zonder woonfunctie die hoger lag dan de straat (een zogenaamde bel-etage). Boven de vijf woonverdiepingen was nog een penthouse te vinden. Doordat de muren geen dragende functie meer hadden konden de ramen veel groter worden dan gebruikelijk. Eigenlijk had het flatgebouw twee keer zo hoog moeten worden, maar het gemeentebestuur stak daar een stokje voor.
Bron









